Je lichaam kent je grens eerder dan jij

Misschien herken je het. Iemand vraagt of je iets wilt doen. Je hoort jezelf zeggen: ‘Natuurlijk, dat kan.’ Terwijl je op datzelfde moment ergens een kleine spanning voelt:
• je adem verandert even
• je schouders trekken op
• je voelt een knoop in je buik

Maar je merkt het nauwelijks op.
Of je merkt het wel, maar denkt: ‘Ach, het valt wel mee.’ En dus doe je het.
Pas later, wanneer je weer thuis bent, merk je dat je moe bent. Of geïrriteerd.
Je hoofd zit vol en je lichaam voelt gespannen.
Dan kan de vraag opkomen: ‘Waar lag mijn grens eigenlijk?’

Je lichaam reageert al voordat je het begrijpt

We denken bij grenzen vaak aan iets wat we bewust aangeven. Nee zeggen. Voor jezelf opkomen. Duidelijk maken wat je wel en niet wilt. Maar voordat je die woorden kunt uitspreken, kan er in je lichaam al van alles gebeuren.
• 
je ademhaling verandert
• 
je kaken spannen zich aan
• 
je buik trekt samen
• 
je schouders gaan omhoog
• 
je voelt onrust, druk of juist een soort leegte

Vaak zijn het kleine signalen. Zo klein dat je er gemakkelijk overheen gaat.
Dat is niet vreemd. Je lichaam reageert voortdurend op wat er om je heen en in jou gebeurt. Daar hoeft niet eerst een bewuste gedachte aan vooraf te gaan.
Je hoeft dus niet eerst te denken: ‘Dit vind ik eigenlijk helemaal niet prettig.’
Je lichaam kan al gereageerd hebben.

Misschien heb je geleerd om jezelf aan te passen

In mijn praktijk zie ik regelmatig mensen die heel goed weten wat er van hen wordt verwacht, maar minder goed voelen wat zij zelf nodig hebben. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Misschien heb je al jong geleerd rekening te houden met anderen.
• 
om de sfeer goed te houden
• 
om niet lastig te zijn
• 
om sterk te zijn
• 
of om vooral geen extra problemen te veroorzaken

Dan kan aanpassen een heel vanzelfsprekend patroon worden.
• 
je voelt wat een ander nodig heeft
• 
je houdt rekening met de ander
• 
je gaat door

En ergens onderweg raak je het contact kwijt met de vraag: ‘Maar wat heb ík eigenlijk nodig?’ Dat betekent niet dat er iets mis met je is. Aanpassen kan ooit een heel goede manier zijn geweest om met een situatie om te gaan. Alleen kan iets wat je ooit heeft geholpen, later ook in de weg gaan zitten.

Je grens begint misschien niet met ‘nee’

Wanneer we praten over grenzen aangeven, gaat het vaak over assertiviteit. Je moet leren om ‘nee’ te zeggen. Voor jezelf opkomen. Duidelijk zijn.
Dat kan zeker belangrijk zijn. Maar misschien begint een gezonde grens nog iets eerder. Bij het opmerken van wat er in jou gebeurt.
• 
je merkt dat je moe wordt
• 
je merkt dat je spanning opbouwt
• 
je merkt dat je eigenlijk geen ruimte meer hebt
• 
je merkt dat iets je raakt
• 
of je merkt dat je helemaal niets meer voelt

Dat laatste is minstens zo belangrijk. Want soms is een grens niet voelbaar als een duidelijke ‘nee’. Soms merk je alleen dat je jezelf aan het kwijtraken bent in wat de ander nodig heeft.

Soms voel je je grens pas achteraf

Een grens hoeft zich ook niet altijd tijdens een situatie aan te dienen. Misschien herken je dat je tijdens een gesprek rustig blijft en pas thuis merkt hoe boos je eigenlijk bent. Of je hebt ergens enthousiast mee ingestemd en vraagt je een paar uur later af waarom je dat eigenlijk hebt gedaan. Tijdens de afspraak voelde je je prima. Daarna ben je uitgeput. Ook dat zijn interessante momenten om bij stil te staan. Niet om jezelf te veroordelen. Maar om nieuwsgierig te zijn: ‘Wat gebeurde er eigenlijk met mij?’
• 
was ik echt ontspannen?
• 
of hield ik mezelf overeind?
• 
was ik werkelijk bereid om dit te doen?
• 
of voelde het gemakkelijker om ‘ja’ te zeggen dan om iemand teleur te stellen?

Luisteren naar je lichaam is niet hetzelfde als alles verklaren

Wanneer ik in mijn werk aandacht geef aan het lichaam, gaat het mij niet om het vinden van één verklaring voor iedere klacht.
Een gespannen nek kan verschillende oorzaken hebben. Hoofdpijn ook. En een lichamelijke klacht is niet automatisch het gevolg van een grens die je hebt overschreden. Maar lichamelijke signalen kunnen wel informatie geven.
Ze kunnen je nieuwsgierig maken.
• 
wat gebeurt er wanneer je bij die persoon bent?
• 
wat verandert er in je ademhaling wanneer je dat gesprek voert?
• 
wanneer voel je spanning?
• 
wanneer ontspant je lichaam?
• 
wat gebeurt er wanneer je ‘ja’ zegt?
• 
en wat gebeurt er wanneer je je voorstelt dat je ‘nee’ zou zeggen?
Soms vertelt zo’n eenvoudige waarneming meer dan een lange analyse.

Eerst voelen, dan handelen

Misschien is dat ook een andere manier om naar grenzen te kijken. Je hoeft niet voortdurend bezig te zijn met de vraag of iemand over jouw grens gaat. Je kunt beginnen bij jezelf.
• 
even stilstaan
• 
een ademhaling volgen
• 
voelen hoe je erbij zit
• 
en jezelf afvragen: ‘Wat merk ik eigenlijk?’

Merk je spanning, vermoeidheid, weerstand of misschien juist ruimte en ontspanning? Je hoeft er niet meteen iets mee te doen. Alleen al het opmerken kan een verschil maken. Want als je eerder merkt dat iets te veel wordt, ontstaat er ook eerder een mogelijkheid om te kiezen.
• 
om even pauze te nemen
• 
om iets uit te stellen
• 
om hulp te vragen
• 
om een afspraak af te zeggen
• 
of om simpelweg te zeggen: ‘Nee, dat lukt me niet.’

Je lichaam als kompas

Je lichaam is geen feilloos kompas. Het vertelt je niet altijd precies wat je moet doen. Maar het kan je wel informatie geven die je hoofd soms overslaat. En hoe beter je die signalen leert herkennen, hoe eerder je merkt dat je ergens overheen dreigt te gaan.
• 
niet pas wanneer je uitgeput bent
• 
niet pas wanneer de irritatie zich opstapelt
• 
niet pas wanneer je lichaam je uiteindelijk tot stilstand brengt

Maar op dat veel eerdere moment
• 
dat kleine moment waarop je adem verandert
• 
je schouders aanspannen
• 
je buik reageert
• 
of je ergens voelt: ‘Eigenlijk wil ik dit niet’.

Misschien kent je lichaam je grens al

Een grens is niet alleen een lijn die je naar een ander toe moet aangeven. Het is ook iets wat je zelf mag voelen en erkennen.
• 
dit wil ik wel
• 
dit wil ik niet
• 
hier heb ik ruimte voor
• 
hier heb ik geen ruimte voor.

Misschien hoef je daarom niet allereerst te leren hoe je beter grenzen kunt aangeven. Misschien begint het met iets anders: leren herkennen waar jouw grens ligt. En is dat precies wat je lichaam al die tijd al probeert duidelijk te maken. Je lichaam kent je grens misschien eerder dan jij.

De vraag is: ben je bereid om te luisteren?