Misschien herken je het.
Je bent moe, maar gaat toch door.
Je hebt het druk, maar denkt: nog even.
Je merkt dat je minder energie hebt, sneller geïrriteerd raakt of minder goed kunt ontspannen. Maar er is altijd wel een reden.
Het is druk op je werk.
Je hebt slecht geslapen.
Er speelt iets in je familie.
De kinderen vragen veel aandacht.
En dus ga je door. Tot het op een gegeven moment niet meer gaat. Je lichaam lijkt ineens op de rem te trappen. Maar misschien is die rem helemaal niet zo plotseling als het lijkt.
Je lichaam geeft vaak al eerder signalen
Voordat een burn-out zich aandient, kan je lichaam al lange tijd signalen geven.
Je slaapt minder goed.
Je hebt minder geduld.
Je voelt spanning in je lijf.
Je bent sneller overprikkeld.
Je hoofd staat voortdurend aan.
Of je merkt juist dat je steeds minder voelt. En toch ga je door.
Niet omdat je niet naar je lichaam wilt luisteren.
Misschien merk je de signalen gewoon niet meer op. Of je hebt geleerd ze te negeren.
Wanneer doorgaan vanzelfsprekend wordt
Sommige mensen zijn heel goed in doorgaan. Als er iets moet gebeuren, gebeurt het. Je zet je schouders eronder. Je zorgt dat anderen op je kunnen rekenen. Je wilt niemand teleurstellen.
En als je moe bent? Dan ga je misschien nog even door.
Als je spanning voelt? Dan denk je: het komt straks wel.
Als je eigenlijk geen ruimte meer hebt? Dan zeg je toch: ‘Het lukt wel.’
Dat kan een heel vanzelfsprekend patroon worden. Zó vanzelfsprekend dat je niet eens meer stilstaat bij de vraag: Wat heb ík eigenlijk nodig?
Misschien heb je dit al jong geleerd
Als kind ben je afhankelijk van de mensen om je heen.
Je hebt behoefte aan veiligheid, aandacht, erkenning en verbinding. Wanneer daar iets in ontbreekt, zoekt een kind naar manieren om zich aan te passen.
Misschien leer je dat het belangrijk is om lief te zijn.
Om sterk te zijn.
Om door te zetten.
Om geen problemen te maken.
Of om vooral rekening te houden met anderen.
Dat zijn geen bewuste keuzes.
Een kind denkt niet: ‘Ik ga vanaf nu mijn eigen behoeften maar opzijzetten.’
Het lichaam leert. Het zenuwstelsel leert: zo blijft het veilig, zo houd ik de verbinding, zo kan ik hiermee omgaan.
En wat je vroeger hielp om overeind te blijven, kan later een patroon worden dat je blijft herhalen. Ook wanneer de omstandigheden allang anders zijn.
Als je lichaam iets anders zegt dan je hoofd
Misschien zit daar ook een deel van de kiem. Je lichaam geeft een signaal.
Je hoofd zegt: ‘Het valt wel mee.’ Je lichaam zegt: ‘Ik ben moe.’
Je hoofd zegt: ‘Nog even door.’ Je lichaam zegt: ‘Ik wil dit eigenlijk niet.’
Je zegt toch: ‘Ja hoor, geen probleem.’
Op die manier kun je steeds verder verwijderd raken van wat je werkelijk voelt. Niet omdat je dat bewust kiest, maar omdat je lichaam en je hoofd soms iets anders hebben geleerd.
Tot je lichaam niet meer verder kan
Een burn-out ontstaat niet door één gebeurtenis. Werkstress, een verhuizing, een relatiebreuk of een andere ingrijpende gebeurtenis kan een belangrijke rol spelen. Maar soms lijkt zo'n gebeurtenis vooral de druppel te zijn. De druppel die zichtbaar maakt dat je al langere tijd over je eigen signalen heen bent gegaan. Dat je reserves steeds minder werden aangevuld. Dat je lichaam al langere tijd iets probeerde duidelijk te maken. En misschien is dat wel waarom een burn-out zo verwarrend kan zijn.
Waarom lukt het ineens niet meer?
Waarom reageert mijn lichaam zo heftig?
Waarom kan ik niet gewoon weer doorgaan?
Misschien omdat je lichaam niet ineens is veranderd.
Misschien heeft het juist al heel lang geprobeerd duidelijk te maken dat er iets moest veranderen.
Wat als je niet alleen kijkt naar wat er misging?
Een burn-out kan een moeilijke en ingrijpende periode zijn; het kan je stilzetten. Soms letterlijk.
Ineens kun je niet meer op de automatische piloot verder. En juist daar kan een andere vraag ontstaan.
Niet: Hoe zorg ik dat ik zo snel mogelijk weer de oude word?
Maar: Wat probeert mijn lichaam mij eigenlijk te vertellen?
Waar voel ik spanning?
Wanneer raak ik mijn energie kwijt?
Wanneer zeg ik 'ja' terwijl ik 'nee' voel?
Waarom vind ik het zo moeilijk om rust te nemen?
Waarom voelt doorgaan gemakkelijker dan stoppen?
En misschien nog belangrijker: Wanneer heb ik geleerd dat ik op deze manier met mezelf moet omgaan?
Dat hoeft niet altijd een duidelijk antwoord te hebben. Je hoeft je verleden niet helemaal te begrijpen om te kunnen beginnen met voelen wat er nu gebeurt.
Misschien begint herstel wel eerder dan je denkt
Misschien begint het niet met grote veranderingen maar met kleine momenten.
Even stilstaan.
Erkennen dat je moe bent.
Voelen hoe je ademhaling gaat.
Opmerken dat je schouders gespannen zijn.
Voelen dat je ergens eigenlijk geen ruimte voor hebt.
En misschien voor het eerst niet meteen over dat gevoel heen stappen.
Je hoeft niet direct iets te veranderen. Alleen al opmerken wat er in je gebeurt, kan een begin zijn. Want hoe beter je leert herkennen wat je lichaam aangeeft, hoe eerder je de mogelijkheid krijgt om te kiezen. Niet alleen omdat het moet. Maar omdat je steeds beter begint te voelen wat jij nodig hebt.
Misschien ligt de kiem van een burn-out dus niet op één plek.
En misschien gaat het ook niet om het vinden van dé oorzaak.
Misschien gaat het erom nieuwsgierig te worden naar de patronen die je hebt ontwikkeld. Naar wat je ooit nodig had.
En naar de vraag of je dat nu nog steeds nodig hebt.
Wat je vroeger hielp om overeind te blijven, hoeft je vandaag niet meer te bepalen.
Je ben je van harte welkom bij massagetherapie in Bussum.