Soms reageer je op een situatie alsof er veel meer aan de hand is dan er op dat moment werkelijk gebeurt. Iemand zegt iets tegen je en je voelt onmiddellijk spanning. Je zegt automatisch: ‘Ja hoor, geen probleem’, terwijl je eigenlijk iets heel anders voelt.
Je slikt iets in.
Je maakt jezelf kleiner.
Je lacht terwijl iets je eigenlijk raakt.
Je probeert het de ander naar de zin te maken.
En misschien denk je achteraf: waarom doe ik dit eigenlijk?
Het bijzondere is: vaak weet je dat zelf ook niet goed. Je reactie lijkt niet helemaal te passen bij het moment van nu. En toch voelt ze heel vertrouwd. Misschien is dat omdat een deel van jou nog reageert op een tijd waarin deze manier van doen ooit nodig was.
Toen was het misschien de beste manier
Als kind ben je afhankelijk van de mensen om je heen. Je hebt hen nodig voor veiligheid, aandacht, erkenning en verbinding. Als die veiligheid er niet altijd is, of als wat jij voelt of nodig hebt te weinig ruimte krijgt, moet je als kind iets vinden wat wél werkt. Misschien ontdekte je:
Als ik lief ben, blijft het rustig.
Als ik geen problemen maak, is het veiliger.
Als ik me aanpas, blijft de verbinding bestaan.
Als ik mezelf klein maak, krijg ik misschien minder kritiek.
Als ik doe alsof het goed met me gaat, hoef ik niets uit te leggen.
Dat zijn geen bewuste beslissingen. Een kind denkt niet: ‘Ik ga vanaf nu maar eens een patroon van pleasen ontwikkelen.’
Het lichaam leert, het zenuwstelsel leert: zo overleef ik dit. En wat je lichaam eenmaal heeft geleerd, kan heel hardnekkig worden.
Gestolde tijd
Je zou kunnen zeggen dat een stukje van die tijd als het ware kan stollen. De omstandigheden zijn veranderd. Je bent volwassen geworden. Je woont misschien in een ander huis, hebt andere mensen om je heen en hebt veel meer mogelijkheden dan vroeger. En toch kan je lichaam op bepaalde momenten reageren alsof je weer terug bent. Niet omdat je terug wilt. Maar omdat iets in het heden lijkt op iets wat je zenuwstelsel vroeger als onveilig heeft leren kennen.
Iemand die boos kijkt.
Een kritische opmerking.
Een partner die zich terugtrekt.
De angst dat iemand teleurgesteld in je is.
Een situatie waarin je het gevoel hebt dat je moet presteren.
En ineens gebeurt het.
Je houdt je in.
Je gaat pleasen.
Je voelt je klein worden.
Het gebeurt soms voordat je er woorden aan kunt geven.
Je zegt dat het goed gaat terwijl dat helemaal niet zo voelt.
Je hebt jezelf ooit verlaten
Misschien is dat wel één van de moeilijkste dingen om te erkennen. Dat je jezelf soms hebt moeten verlaten om erbij te kunnen blijven. Niet letterlijk natuurlijk. Maar wel in de zin dat je leerde om je eigen gevoel, behoefte of grens opzij te zetten. Want wat jij voelde was misschien te veel, niet welkom, lastig, of simpelweg niet veilig om te laten zien. Dus werd het belangrijker om te voelen wat de ander nodig had.
Hoe voorkom ik dat er ruzie komt?
Hoe zorg ik dat de ander tevreden is?
Wat moet ik doen om het goed te houden?
Hoe zorg ik dat niemand ziet dat ik bang, verdrietig of boos ben?
Dat kan een heel effectieve manier zijn om als kind overeind te blijven. Maar wat je vroeger beschermde, kan je later ook in de weg gaan zitten.
Je bent niet moeilijk. Je hebt iets geleerd. Dat vind ik een belangrijke gedachte.
Wanneer je jezelf herkent in pleasen, jezelf wegcijferen of steeds maar doen alsof het goed gaat, is het gemakkelijk om jezelf daar vervolgens op te veroordelen.
Waarom trek ik dit steeds weer aan?
Waarom laat ik over me heen lopen?
Waarom kan ik gewoon geen nee zeggen?
Waarom voel ik pas achteraf dat ik eigenlijk boos was?
Maar misschien is het interessanter om een andere vraag te stellen: Wanneer heb ik geleerd dat dit nodig was? Dan verandert er iets.
Je kijkt niet langer alleen naar wat je doet. Je wordt nieuwsgierig naar waarom je lichaam dit doet.
Het verleden zit niet in je hoofd, maar kan wel meedoen in het heden
Ons zenuwstelsel probeert voortdurend in te schatten: is het veilig?
Wanneer iets in het heden lijkt op een eerdere ervaring van spanning of onveiligheid, kan het lichaam daarop reageren voordat je bewust begrijpt wat er gebeurt.
Je hoeft dus niet bewust aan vroeger te denken. Je hoeft je verleden niet eens goed te herinneren.
Een blik.
Een conflict.
Een afwijzing.
Een bepaalde toon.
Het kan genoeg zijn. En dan staat je systeem als het ware even in een oude stand. Niet omdat je zwak bent. Niet omdat je je aanstelt. Maar omdat je lichaam ooit heeft geleerd dat dit een manier was om jezelf te beschermen.
De tijd hoeft niet te worden uitgewist
Misschien gaat herstel daarom ook niet over het uitwissen van wat er vroeger is gebeurd.
Het gaat er eerder om dat je lichaam steeds meer kan ervaren: Dit is toen. Dit is nu.
Ik mag nee zeggen.
Ik mag ruimte innemen.
Ik mag voelen wat ik voel.
Ik hoef niet automatisch te pleasen.
Ik mag ontdekken wat ík eigenlijk nodig heb.
Ik hoef mezelf niet meer te verlaten om erbij te mogen horen.
En misschien is dat uiteindelijk wat er gebeurt wanneer gestolde tijd weer in beweging komt. Niet door jezelf te forceren om anders te reageren. Maar door langzaam te gaan ervaren dat je nu andere mogelijkheden hebt dan toen.
Dat je jezelf niet meer hoeft kwijt te raken om je staande te houden.
De situatie is veranderd.
Jij bent veranderd.
En misschien mag je zenuwstelsel dat ook steeds meer gaan ervaren.