Misschien ben je iemand op wie anderen altijd kunnen rekenen.
Je houdt overzicht, neemt verantwoordelijkheid en bent er wanneer iemand je nodig heeft. Als het moeilijk wordt, zet je je schouders eronder. Je zoekt naar oplossingen, houdt vol en gaat verder.
Mensen noemen je sterk en misschien ben je dat ook. Je hebt geleerd om door te gaan wanneer het leven daarom vraagt. Om je aan te passen aan omstandigheden die niet altijd gemakkelijk waren. Om te doen wat nodig is, ook wanneer je eigenlijk niet meer weet waar je de energie vandaan moet halen.
Maar wat als sterk zijn niet alleen een kwaliteit is, maar soms ook iets wat je jezelf hebt aangeleerd omdat er weinig ruimte was om iets anders te zijn?
Als doorgaan vanzelfsprekend wordt
We leren al vroeg hoe we ons moeten verhouden tot de wereld om ons heen. Soms ontdekken we dat het gewaardeerd wordt wanneer we flink zijn, niet klagen en anderen niet tot last zijn. Soms vraagt de situatie eenvoudigweg om door te gaan. Er is werk te doen, er moet voor anderen gezorgd worden of er is geen ruimte om stil te staan bij wat iets met ons doet. En dus gaan we verder.
We leren onze aandacht te richten op wat nodig is. Op de ander, op de volgende stap, op wat opgelost moet worden. Ondertussen raken we wat verder verwijderd van onze eigen gevoelens en behoeften. Niet omdat we niet willen voelen, maar omdat er op dat moment iets anders belangrijker lijkt.
Wat ooit een helpende manier was om met omstandigheden om te gaan, kan ongemerkt een vaste manier van leven worden. We blijven zorgen, regelen en volhouden, ook wanneer de omstandigheden inmiddels veranderd zijn. We kunnen sterk zijn geworden zonder nog goed te weten hoe het voelt om niet sterk te hoeven zijn.
De vermoeidheid die je niet altijd ziet
Altijd doorgaan kost energie. Niet alleen de energie die nodig is om dingen te doen, maar ook de energie die het vraagt om jezelf steeds bij elkaar te houden.
Om je aan te passen, niet te veel te laten merken. Om je verantwoordelijk te voelen voor wat er om je heen gebeurt. Of om je eigen grenzen pas serieus te nemen wanneer je er eigenlijk al overheen bent gegaan.
Soms merk je dat aan je lichaam. Aan spanning in je schouders, of het gevoel dat je zelfs op rustige momenten niet echt tot rust komt.
Misschien voel je je moe, maar kun je moeilijk ontspannen.
Misschien verlang je naar tijd voor jezelf, maar weet je niet goed wat je met die tijd moet doen.
Of misschien merk je pas hoeveel je draagt wanneer iemand vraagt hoe het werkelijk met je gaat.
Het zijn geen bewijzen dat je het niet goed doet. Ze kunnen een uitnodiging zijn om aandacht te geven aan wat je al die tijd hebt volgehouden.
Waarom rust niet altijd vanzelf ontspant
We denken vaak dat rust vanzelf komt wanneer de drukte voorbij is, dat we ons ontspannen zodra er niets meer hoeft. Maar zo eenvoudig werkt het niet altijd.
Wanneer je gewend bent om alert te zijn, vooruit te denken en verantwoordelijkheid te nemen, kan stilvallen juist onrustig voelen.
Doorgaan is vertrouwd geworden. Rust vraagt iets anders.
Het vraagt om opnieuw te leren luisteren naar signalen die je lange tijd naar de achtergrond hebt geschoven. Om te merken dat je moe bent voordat je uitgeput raakt. Dat je ergens geen ruimte voor hebt voordat je over je grens gaat of behoefte hebt aan steun. Zonder eerst te hoeven bewijzen dat je die verdiend hebt.
Dat leren gaat niet altijd met grote stappen. Soms begint het met een klein moment waarop je niet direct reageert, niets oplost en even blijft bij wat je zelf ervaart.
Je hoeft niet alles alleen te dragen
Sterk zijn hoeft niet te betekenen dat je alles zelf kunt. Of dat je altijd weet wat je moet doen. Kracht zit ook in het erkennen dat iets je raakt, dat je iets moeilijk vindt of dat je het even niet weet. In het toelaten van hulp. In het uitspreken van een behoefte. In het aangeven van een grens, ook wanneer je daarmee iemand teleurstelt. En misschien ook in het ervaren dat je niet voortdurend iets hoeft te geven of te presteren om er te mogen zijn.
Voor veel mensen is dat geen vanzelfsprekendheid. Je kunt heel goed weten dat je rust nodig hebt en toch moeite hebben om die rust werkelijk toe te laten. Je kunt verlangen naar nabijheid en tegelijkertijd gewend zijn om alles zelf op te lossen.
Verandering begint dan niet met harder werken aan jezelf, maar met minder hoeven.
Weer leren luisteren naar jezelf
In mijn werk als massagetherapeut ontmoet ik mensen die veel hebben gedragen. Die gewend zijn om door te gaan en tijdens een moment van aandacht en rust ontdekken hoeveel spanning ze met zich meedragen.
Aanraking kan een uitnodiging zijn om de aandacht even niet naar buiten te richten, maar naar binnen. Om stil te staan bij wat je lichaam laat ervaren. Zonder dat er iets hoeft te worden opgelost of bereikt. Niet om jezelf te dwingen te ontspannen, maar om ruimte te geven aan wat zich aandient. Daarbij gaat het niet om het loslaten van je kracht. Het gaat erom dat je meer mogelijkheden krijgt. Dat je kunt doorgaan wanneer dat nodig is, maar ook kunt stoppen wanneer je rust nodig hebt. Dat je voor een ander kunt zorgen zonder jezelf steeds te vergeten. Dat je niet alleen weet hoe je jezelf overeind houdt, maar ook kan ervaren hoe het is om gedragen te worden.
Je hoeft niet minder sterk te worden, je hoeft vooral niet altijd sterk te zijn. Je mag moe zijn, twijfelen, iets niet weten of ergens hulp bij nodig hebben. Je hoeft niet eerst vast te lopen voordat je aandacht geeft aan wat je nodig hebt. En misschien is dat wel een andere vorm van kracht: niet langer alleen vertrouwen op je vermogen om door te gaan, maar ook op je vermogen om te voelen wanneer het genoeg is.
Wanneer hoef jij even niets hoog te houden?